Navigate / search

Gameverslaving wordt officiële ziekte

Eind vorig jaar heeft de Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO) gameverslaving erkend als officiële ziekte. Hoewel dit ertoe moet bijdragen dat verslaafde gamers eerder worden geholpen, is er ook verzet tegen.

In de eerste plaats is er een aantal wetenschappers dat vraagtekens zet bij de erkenning van gameverslaving als ziekte. Zij vinden dat er nog onvoldoende onderzoek is gedaan om te kunnen spreken van een ziekte. Bovendien zijn zij bang dat gamers te snel in een negatief daglicht worden gezet.

Daarnaast zijn gamemakers ontevreden over de actie van de WHO. Zij zijn bang dat de erkenning van gameverslaving als ziekte ervoor zorgt dat andere aandoeningen, zoals depressie, minder belangrijk gaan lijken. Om deze reden hebben gamemakers de WHO verzocht om gameverslaving te schrappen uit de lijst van ziektes en aandoeningen.

Niettemin vinden voorstanders het wel van belang om gameverslaving te classificeren als officiële aandoening, want om een vergoeding te krijgen voor de behandeling moet er sprake zijn van een formele diagnose. Gameverslaving erkennen als ziekte zou dus betekenen dat er meer mensen geholpen kunnen worden.

In Nederland zijn er ongeveer 12.000 jongeren met een gameverslaving.

Gemeente Nijmegen presenteert nieuw plan Beschermd Wonen

 

Onlangs heeft de gemeente Nijmegen een nieuw plan van aanpak voor Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang gepresenteerd. Dit plan bevat een aantal maatregelen om de kosten van Beschermd Wonen beheersbaar te houden in de toekomst.

Het belangrijkste doel van het plan is om de instroom van nieuwe cliënten naar beschermde woonvormen terug te dringen. Dit wil de gemeente realiseren door in te zetten op preventie en wijkgerichte ggz. Per wijk (of stadsdeel) moet een uitgebreide zorg- en ondersteuningsstructuur komen om zelfstandig wonende mensen met een psychische kwetsbaarheid te helpen.

Nu nog is het zo dat zorgverleners en instanties die betrokken zijn bij psychisch kwetsbare burgers, zoals sociale wijkteams, huisartsen, FACT-teams en woningcorporaties, soms langs elkaar heen werken. De gemeente wil daarom per wijk of stadsdeel één organisatie in het leven roepen waarin hulpverleners en instanties meer gaan samenwerken. Dit wordt ook wel “wijkgerichte ggz” genoemd. Het doel is uiteindelijk om een zorgnetwerk op te zetten waarbij mensen 24 uur per dag terecht kunnen voor ondersteuning.

Maar hier blijft het niet bij. Met het oog op de toenemende ambulantisering wil de gemeente ook wijken voorbereiden op de komst van psychisch kwetsbare burgers door te investeren in stigmabestrijding. Anders bestaat het risico op sociale uitsluiting en eenzaamheid.

Tot slot onderschrijft de gemeente ook het belang van dagbesteding en werk. Veel mensen met een psychische kwetsbaarheid staan onnodig langs de kant, terwijl ze graag willen werken. Om deze mensen toch een kans te geven, wordt geïnvesteerd in IPS: Individuele Plaatsing en Steun. IPS is een traject waarbij een cliënt bij het werken intensieve coaching krijgt van een trajectbegeleider. De ervaring leert dat mensen hierdoor langer aan het werk blijven en minder snel uitvallen.

Reacties van cliënten en belangenbehartigers op het plan zijn deels positief, deels kritisch. Vooral huidige cliënten Beschermd Wonen zijn bang dat de ambulantisering te snel gaat en dat ook zij moeten gaan verhuizen naar een zelfstandige woning. Een bijkomend risico van te snelle ambulantisering is dat wanneer cliënten zelfstandig zijn gaan wonen en een nieuwe crisis of terugval krijgen, zij niet meer terug kunnen naar hun oude beschermde woonplek. Die is dan al vergeven. Verder speelt in Nijmegen nog het probleem van de beddenafbouw bij Pro Persona, waardoor veel cliënten van Pro Persona terecht komen op de wachtlijst van de RIBW.

Stel de mens in plaats van de diagnose centraal

Sommige ervaringsdeskundigen van De Kentering geven regelmatig voorlichting over het omgaan met een psychische aandoening. Onlangs gaven wij een presentatie bij een kennismarkt bij de Hogeschool Arnhem Nijmegen voor wijkverpleegkundigen en studenten.

Het thema van de kennismarkt was “psychiatrie in de wijk”. Wijkverpleegkundigen komen sinds de transities in het sociaal domein steeds vaker bij mensen thuis die psychische klachten hebben. De vraag aan ons was of wij in dit kader iets wilden vertellen over omgaan met mensen met psychische problemen en onze eigen ervaringen met wonen in de wijk.

De dagvoorzitters

 

We begonnen met een voorstelrondje, waarbij we iets vertelden over onze ervaringen met het hebben van een psychische aandoening en onze werkzaamheden bij De Kentering. Daarna gingen we in op de vragen die we van de organisatie hadden gekregen ter voorbereiding. Eén van deze vragen was hoe wij wonen in de wijk ervaren. We vertelden dat mensen een ernstige psychiatrische aandoening vaak een laag inkomen hebben en doorgaans in goedkopere woningen wonen. Daarbij is er een kans om in wijken terecht te komen waar wat meer risico is op overlast. En dat terwijl mensen met een psychische kwetsbaarheid juist een grotere behoefte hebben aan een rustige, veilige woonomgeving met weinig prikkels. Een belangrijke vraag volgens ons is dan ook hoe je ervoor kunt zorgen dat mensen met een psychische aandoening met een laag inkomen toch in een prikkelarme en veilige omgeving kunnen wonen.

Een ander aspect is dat mensen met een psychische aandoening soms als een vreemde eend in de bijt worden beschouwd door buren. Daarom moet je soms voorzichtig zijn met openheid geven. Te snel openheid geven kan het risico meebrengen dat buren je raar aan gaan kijken. Andersom kunnen buren die je goed kent en vertrouwt ook een bron zijn van steun en een luisterend oor bieden.

We hadden nog als tip voor de wijkverpleegkundigen om in het cliëntcontact vooral de mens centraal te stellen, en niet de aandoening. Sommige hulpverleners zijn geneigd om cliënten te behandelen als een “hulpeloze patiënt”, in plaats van iemand met talenten en mogelijkheden. We vertelden over onze ervaringen met het hebben van hulpverleners die hun cliënt zagen als een “diagnose op pootjes”, in plaats van een mens van vlees en bloed. Daarom is het belangrijk om je als hulpverlener gelijkwaardig op te stellen en niet te veel afstand te scheppen tussen jou en je cliënt.

Onze boodschap werd met enthousiasme ontvangen door de wijkverpleegkundigen. Nu maar hopen dat ze het ook in de praktijk gaan waarmaken.

 

Job en Saskia

 

Na afloop van de presentatie kregen we veel complimenten van het publiek. De mensen vonden het erg interessant om onze persoonlijke ervaringen te horen. Dit bood een grote meerwaarde ten opzichte van de andere presentaties op de kennismarkt.

Job & Saskia

Nieuw project van start om psychisch kwetsbare mensen te ondersteunen

Onlangs is in Nijmegen en Rivierenland een nieuw project gestart om mensen met een psychische kwetsbaarheid te ondersteunen. Het belangrijkste doel is het ontwikkelen en uitvoeren van beleid om de toename van mensen met verward gedrag terug te dringen. Bij het project zijn onder andere gemeenten betrokken, Pro Persona, zorgverzekeraars, ervaringsdeskundigen en het Openbaar Ministerie.

Twee speerpunten van het project zijn netwerkontwikkeling (“aandachtig aansluiten”) en crisisinterventies (“spoedig dichtbij”).

“Aandachtig aansluiten” is gericht op preventie en gaat om het opbouwen van een sluitend netwerk van zorg en ondersteuning rondom mensen met een psychische kwetsbaarheid. Eén van de nieuwe elementen hierin is het organiseren van signaalpunten in de wijk. Hier kunnen mensen terecht met signalen over bijvoorbeeld een buurman die verward gedrag vertoont, maar ook psychisch kwetsbare mensen zelf. Verder wordt ingezet op betere samenwerking tussen betrokken partners, zoals wijkagenten, woningcorporaties, sociale wijkteams, FACT-teams en de huisarts. Regievoering is ook een belangrijk onderdeel van netwerkontwikkeling: wie neemt het initiatief als iemand in een crisis belandt? De psychiater, huisarts, of iemand van het sociaal wijkteam? Daarnaast wordt gepleit voor standaard gebruik van de crisiskaart. Dit is een pasje dat iemand altijd bij zich heeft, waarop staat wat omstanders kunnen doen als hij of zij op straat in een crisis terecht komt – bijvoorbeeld wie ze kunnen bellen.

Bij het tweede speerpunt, “spoedig dichtbij”, draait het om welke acties moeten worden ondernomen als iemand in een crisissituatie verkeerd. Waar wordt iemand naartoe gebracht, en hoe? Het project voorziet in een zogenaamde multidisciplinaire beoordelingskamer, één in Nijmegen en één in Rivierenland. Daar worden mensen naartoe gebracht en beoordeeld door zorgverleners uit diverse disciplines (bij verward gedrag hoeft het niet perse te gaan om psychische aandoeningen). Daarnaast moet er een passende wijze van vervoer komen. In sommige regio’s in Nederland wordt al gebruik gemaakt van een “psycholance”: een aangepaste ambulance met gespecialiseerde verpleegkundigen. Het voordeel hiervan is dat het voor de cliënt minder stigmatiserend en traumatiserend is om in vervoerd te worden dan in een politiewagen. Tot slot voorziet het project in een nieuw te vormen interventieteam, waarin ervaringsdeskundigen samen met andere hulpverleners mensen in een crisissituatie opzoeken.

Het is de bedoeling dat in de komende twee jaar bovenstaande plannen in de praktijk worden gebracht. Indien ze voldoende effect hebben, worden ze ook op de lange termijn ingezet.

Veel haken en ogen aan nieuw wetsvoorstel voor dwangzorg

Onlangs heeft de Tweede Kamer gedebatteerd over het wetsvoorstel verplichte ggz. In het kort komt dit wetsvoorstel erop neer dat de mogelijkheden, om psychisch zieke mensen dwangzorg te geven, verruimd worden.

Eén van de meest omstreden maatregelen in het wetsvoorstel was de observatiemaatregel. Die houdt in dat iemand met psychische problemen, die mogelijk een gevaar vormt voor zichzelf of zijn omgeving, drie dagen ter observatie kan worden opgenomen. Zonder dat er behandeling plaats vindt. Maar veel partijen – waaronder de Pvda – waren bang dat hierdoor te snel mensen, die geen gevaar zijn voor anderen maar wel afwijkend gedrag vertonen, opgenomen zouden worden. Uiteindelijk was een Kamermeerderheid voor schrappen van de observatiemaatregel. 

Een ander heikel punt voor belangenorganisaties is het nieuwe criterium waaronder dwangzorg verleend kan worden. In de huidige wet kan iemand pas gedwongen worden opgenomen als hij of zij een gevaar vormt voor zichzelf of anderen, en dit gevaar wordt veroorzaakt door een psychische aandoening. In het nieuwe wetsvoorstel wordt niet langer over ‘gevaar’ gesproken, maar over ‘ernstig nadeel’. Als iemand zichzelf of anderen ernstig nadeel toebrengt, ten gevolge van een psychische aandoening, kan hij dwangzorg krijgen. Belangenclubs als het Landelijk Platform GGZ zijn bang dat dit nieuwe criterium te ruim is. Het zou bijvoorbeeld in de toekomst dan mogelijk zijn dat iemand, die zijn woning laat verslonzen maar geen direct gevaar vormt, ook dwangzorg krijgt.

Tot slot staat de positie van de geneesheer-directeur ter discussie. Deze krijgt in het wetsvoorstel als taak om de rechter te adviseren over dwangzorg. De vraag is echter of de geneesheer-directeur een voldoende onafhankelijke positie heeft, aangezien hij in dienst is van een zorgaanbieder (dezelfde zorgaanbieder die dwangzorg gaat toepassen).

Op 14 februari wordt gestemd over het wetsvoorstel.