Navigate / search

Fusie met Zelfregiecentrum Nijmegen van de baan

Het Zelfregiecentrum Nijmegen is bijna 5 jaar geleden gestart als samenwerkingsverband tussen vier organisaties die zich bezig houden met het opkomen voor de belangen van kwetsbare mensen: de WIG voor mensen met een lichamelijke beperking en chronisch zieken, Onderling Sterk voor mensen met een licht verstandelijke beperking (LVB), BWN dat helpt bij bezwaarprocedures rond sociale zekerheid en De Kentering, die zich sterk maakt voor mensen met een psychische kwetsbaarheid. Wat het Zelfregiecentrum wil, is mensen helpen in het herpakken van de regie over hun eigen leven. Dat sluit goed aan bij de inzet van oudsher van De Kentering om mensen die psychisch kwetsbaarder zijn autonomer en sterker te helpen worden.

Een fusie van de organisaties was beoogd per 1 januari 2018. De BWN heeft in het voorjaar 2017 afgehaakt en inmiddels is ook De Kentering gestopt. In het toewerken naar een fusie bleek de visie van directie en bestuur van het komende ZRC Nijmegen te veel te verschillen van de visie van De Kentering. In de wens vorm te geven aan de organisatie zelf, ervoeren de mensen van De Kentering veel weerstand. De waarden waar De Kentering voor staat, zoals inspraak en initiatieven van onderop, komen in de plannen van het ZRC onvoldoende tot hun recht. Daarom komt er nu geen fusie, al blijft er wel samenwerking bestaan.

Gameverslaving wordt officiële ziekte

Eind vorig jaar heeft de Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO) gameverslaving erkend als officiële ziekte. Hoewel dit ertoe moet bijdragen dat verslaafde gamers eerder worden geholpen, is er ook verzet tegen.

In de eerste plaats is er een aantal wetenschappers dat vraagtekens zet bij de erkenning van gameverslaving als ziekte. Zij vinden dat er nog onvoldoende onderzoek is gedaan om te kunnen spreken van een ziekte. Bovendien zijn zij bang dat gamers te snel in een negatief daglicht worden gezet.

Daarnaast zijn gamemakers ontevreden over de actie van de WHO. Zij zijn bang dat de erkenning van gameverslaving als ziekte ervoor zorgt dat andere aandoeningen, zoals depressie, minder belangrijk gaan lijken. Om deze reden hebben gamemakers de WHO verzocht om gameverslaving te schrappen uit de lijst van ziektes en aandoeningen.

Niettemin vinden voorstanders het wel van belang om gameverslaving te classificeren als officiële aandoening, want om een vergoeding te krijgen voor de behandeling moet er sprake zijn van een formele diagnose. Gameverslaving erkennen als ziekte zou dus betekenen dat er meer mensen geholpen kunnen worden.

In Nederland zijn er ongeveer 12.000 jongeren met een gameverslaving.

Stel de mens in plaats van de diagnose centraal

Sommige ervaringsdeskundigen van De Kentering geven regelmatig voorlichting over het omgaan met een psychische aandoening. Onlangs gaven wij een presentatie bij een kennismarkt bij de Hogeschool Arnhem Nijmegen voor wijkverpleegkundigen en studenten.

Het thema van de kennismarkt was “psychiatrie in de wijk”. Wijkverpleegkundigen komen sinds de transities in het sociaal domein steeds vaker bij mensen thuis die psychische klachten hebben. De vraag aan ons was of wij in dit kader iets wilden vertellen over omgaan met mensen met psychische problemen en onze eigen ervaringen met wonen in de wijk.

De dagvoorzitters

 

We begonnen met een voorstelrondje, waarbij we iets vertelden over onze ervaringen met het hebben van een psychische aandoening en onze werkzaamheden bij De Kentering. Daarna gingen we in op de vragen die we van de organisatie hadden gekregen ter voorbereiding. Eén van deze vragen was hoe wij wonen in de wijk ervaren. We vertelden dat mensen een ernstige psychiatrische aandoening vaak een laag inkomen hebben en doorgaans in goedkopere woningen wonen. Daarbij is er een kans om in wijken terecht te komen waar wat meer risico is op overlast. En dat terwijl mensen met een psychische kwetsbaarheid juist een grotere behoefte hebben aan een rustige, veilige woonomgeving met weinig prikkels. Een belangrijke vraag volgens ons is dan ook hoe je ervoor kunt zorgen dat mensen met een psychische aandoening met een laag inkomen toch in een prikkelarme en veilige omgeving kunnen wonen.

Een ander aspect is dat mensen met een psychische aandoening soms als een vreemde eend in de bijt worden beschouwd door buren. Daarom moet je soms voorzichtig zijn met openheid geven. Te snel openheid geven kan het risico meebrengen dat buren je raar aan gaan kijken. Andersom kunnen buren die je goed kent en vertrouwt ook een bron zijn van steun en een luisterend oor bieden.

We hadden nog als tip voor de wijkverpleegkundigen om in het cliëntcontact vooral de mens centraal te stellen, en niet de aandoening. Sommige hulpverleners zijn geneigd om cliënten te behandelen als een “hulpeloze patiënt”, in plaats van iemand met talenten en mogelijkheden. We vertelden over onze ervaringen met het hebben van hulpverleners die hun cliënt zagen als een “diagnose op pootjes”, in plaats van een mens van vlees en bloed. Daarom is het belangrijk om je als hulpverlener gelijkwaardig op te stellen en niet te veel afstand te scheppen tussen jou en je cliënt.

Onze boodschap werd met enthousiasme ontvangen door de wijkverpleegkundigen. Nu maar hopen dat ze het ook in de praktijk gaan waarmaken.

 

Job en Saskia

 

Na afloop van de presentatie kregen we veel complimenten van het publiek. De mensen vonden het erg interessant om onze persoonlijke ervaringen te horen. Dit bood een grote meerwaarde ten opzichte van de andere presentaties op de kennismarkt.

Job & Saskia

Nieuw project van start om psychisch kwetsbare mensen te ondersteunen

Onlangs is in Nijmegen en Rivierenland een nieuw project gestart om mensen met een psychische kwetsbaarheid te ondersteunen. Het belangrijkste doel is het ontwikkelen en uitvoeren van beleid om de toename van mensen met verward gedrag terug te dringen. Bij het project zijn onder andere gemeenten betrokken, Pro Persona, zorgverzekeraars, ervaringsdeskundigen en het Openbaar Ministerie.

Twee speerpunten van het project zijn netwerkontwikkeling (“aandachtig aansluiten”) en crisisinterventies (“spoedig dichtbij”).

“Aandachtig aansluiten” is gericht op preventie en gaat om het opbouwen van een sluitend netwerk van zorg en ondersteuning rondom mensen met een psychische kwetsbaarheid. Eén van de nieuwe elementen hierin is het organiseren van signaalpunten in de wijk. Hier kunnen mensen terecht met signalen over bijvoorbeeld een buurman die verward gedrag vertoont, maar ook psychisch kwetsbare mensen zelf. Verder wordt ingezet op betere samenwerking tussen betrokken partners, zoals wijkagenten, woningcorporaties, sociale wijkteams, FACT-teams en de huisarts. Regievoering is ook een belangrijk onderdeel van netwerkontwikkeling: wie neemt het initiatief als iemand in een crisis belandt? De psychiater, huisarts, of iemand van het sociaal wijkteam? Daarnaast wordt gepleit voor standaard gebruik van de crisiskaart. Dit is een pasje dat iemand altijd bij zich heeft, waarop staat wat omstanders kunnen doen als hij of zij op straat in een crisis terecht komt – bijvoorbeeld wie ze kunnen bellen.

Bij het tweede speerpunt, “spoedig dichtbij”, draait het om welke acties moeten worden ondernomen als iemand in een crisissituatie verkeerd. Waar wordt iemand naartoe gebracht, en hoe? Het project voorziet in een zogenaamde multidisciplinaire beoordelingskamer, één in Nijmegen en één in Rivierenland. Daar worden mensen naartoe gebracht en beoordeeld door zorgverleners uit diverse disciplines (bij verward gedrag hoeft het niet perse te gaan om psychische aandoeningen). Daarnaast moet er een passende wijze van vervoer komen. In sommige regio’s in Nederland wordt al gebruik gemaakt van een “psycholance”: een aangepaste ambulance met gespecialiseerde verpleegkundigen. Het voordeel hiervan is dat het voor de cliënt minder stigmatiserend en traumatiserend is om in vervoerd te worden dan in een politiewagen. Tot slot voorziet het project in een nieuw te vormen interventieteam, waarin ervaringsdeskundigen samen met andere hulpverleners mensen in een crisissituatie opzoeken.

Het is de bedoeling dat in de komende twee jaar bovenstaande plannen in de praktijk worden gebracht. Indien ze voldoende effect hebben, worden ze ook op de lange termijn ingezet.