Navigate / search

Psychisch kwetsbare burgers ervaren vaker stigma en eenzaamheid

Onlangs heeft het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) een evaluatie uitgebracht over de hervorming van de langdurige zorg. Deze hervorming begon in 2015, toen gemeenten er extra taken bijkregen om de zelfredzaamheid en participatie van kwetsbare burgers te vergroten. Tot nu toe zijn de beoogde doelen nog niet bereikt, stelt het SCP. De maatschappelijke participatie van kwetsbare burgers is niet toegenomen.

Uit het rapport blijkt verder dat met name mensen met een psychische kwetsbaarheid regelmatig stigma ervaren, waardoor hun maatschappelijke participatie bemoeilijkt wordt. Ze zijn als buurman of buurvrouw minder gewenst, en ook de huidige berichten in de media over verwarde mensen vergroten de vooroordelen – ondanks dat onderzoek laat zien dat er geen verband bestaat tussen incidenten met verwarde personen en de ambulantisering in de ggz.

Ook ervaren mensen met een psychische kwetsbaarheid vaak gevoelens van eenzaamheid. Vier op de vijf psychisch kwetsbare burgers voelt zich regelmatig eenzaam. Dit is meer dan bij andere doelgroepen, zoals ouderen of mensen met een lichamelijke beperking. Vermoedelijk hangt dit samen met het feit dat mensen met een psychische kwetsbaarheid vaker een klein sociaal netwerk hebben. Of ze hebben een netwerk dat vooral bestaat uit andere mensen met een psychische aandoening.

Tot slot zou een deel van de mensen die beschermd wonen, graag zelfstandig willen wonen. Echter gaat dit niet altijd door een gebrek aan betaalbare huurwoningen en onvoldoende financiële middelen.

Naar aanleiding van het rapport van het SCP wil de minister van volksgezondheid in gesprek gaan met cliënten, gemeenten, aanbieders, professionals, zorgkantoren en verzekeraars. Deze gesprekken zullen plaatsvinden in het najaar van 2018 en het vroege voorjaar van 2019.

Voorlopig geen toegang voor ggz-cliënten tot de Wet Langdurige Zorg

Uit een brief van staatssecretaris Paul Blokhuis blijkt dat ggz-cliënten voorlopig tot 2021 moeten wachten, voordat zij toegang krijgen tot de Wet Langdurige Zorg (Wlz). De toegang tot de Wlz voor mensen met psychiatrische problematiek is al langer een heet hangijzer.

Nu nog is het zo dat alleen mensen met een zware lichamelijke of verstandelijke beperking en ouderen toegang krijgen tot de Wlz, die intensieve zorg regelt. Denk aan mensen die een dermate zware hulpvraag hebben, dat zij noodgedwongen in een zorginstelling moeten wonen en 24 uur per dag zorg nodig hebben. Cliëntenorganisaties in de ggz willen echter ook dat ggz-cliënten met een grote zorgbehoefte toegang krijgen tot de Wlz.

Afbeeldingsresultaat voor paul blokhuis

Staatssecretaris Paul Blokhuis

Nu nog is het zo dat mensen met zware psychische problemen vaak aangewezen zijn op beschermd wonen. Hier ontvangen zij ook dagelijkse ondersteuning, maar ligt de nadruk meer op praktische hulp in plaats van behandeling. Voor deze groep biedt beschermd wonen eigenlijk onvoldoende zorg. Zij zouden meer op hun plek zijn in een ggz-instelling. Daarom pleiten belangenorganisaties ervoor dat ggz-cliënten met een zware zorgvraag in aanmerking kunnen komen voor de Wlz. Het gaat daarbij om een groep van enkele duizenden mensen.

De staatssecretaris is momenteel bezig met het formuleren van een wetsvoorstel in overleg met MIND, GGZ Nederland en Per Saldo. In dit wetsvoorstel wordt ook de indicatiestelling en overgang van cliënten van de gemeenten – die op grond van de Wmo verantwoordelijk zijn voor beschermd wonen – naar de Wlz  geregeld. Dit wetsvoorstel wordt naar verwachting in 2019 door de Tweede Kamer behandeld.

Cliënten- en belangenorganisaties hebben kritisch gereageerd op de brief van Blokhuis, omdat zij vinden dat het erg lang duurt voordat ggz-cliënten de overstap naar de Wlz kunnen maken. Op de website van MIND staat: “MIND wil dat de staatssecretaris extra maatregelen neemt om passende zorg te bieden aan mensen die tussen wal en schip vallen, zolang de toegang van ggz-cliënten tot de Wlz niet geregeld is.”

“Verwarde personen zijn het probleem niet”

Je leest er bijna wekelijks wel wat over in de media: mensen die hun huis dreigen op te blazen of op straat overlast veroorzaken. Iedereen kent het voorbeeld van Tarik Z., die met een neppistool de studio van het NOS Journaal binnendrong om aandacht te vragen voor zijn verhaal. Waar komt de toename van deze mensen, die duidelijk in de war zijn, vandaan? De journalist Piet-Hein Peeters schreef er een boek over, “Verwarde personen zijn het probleem niet”.

Peeters komt tot de conclusie dat er verschillende oorzaken ten grondslag liggen aan de toename van verwarde personen. Een belangrijke rol hierbij speelt de ambulantisering: mensen moeten vaker thuis behandeld worden in plaats van in een opnamekliniek en het liefst zo zelfstandig mogelijk leven. Deze ontwikkeling past binnen een maatschappelijke trend: er wordt door de overheid een groter beroep gedaan op de zelfredzaamheid van mensen. Of het nu ouderen zijn, lichamelijk gehandicapten of mensen met een psychische aandoening.

Mensen, Dakloze, Man, Mannelijke, Street, Persoon

Soms pakt die ambulantisering goed uit, er zijn mensen met een psychische aandoening die zich goed weten te redden met relatief weinig hulp en een sterker gevoel ervaren van zelfredzaamheid. Daar komt bij dat het in beginsel altijd goed is als mensen zo zelfstandig mogelijk leven. Een te lang verblijf in een opnamekliniek kan juist leiden tot hospitalisering en verlies van zelfregie.

Maar er zijn ook mensen die niet zelfredzaam genoeg zijn en voor wie ambulante zorg onvoldoende is. Een bijkomend probleem is dat er niet alleen behoorlijk bezuinigd in de ggz, maar ook op andere terreinen. Denk aan de sociale werkplaatsen en de Wet maatschappelijke ondersteuning. Daardoor is het een stuk moeilijker geworden om passende dagbesteding te vinden, waardoor mensen te lang thuis zitten en het risico op vereenzaming op de loer ligt.

Stigmatisering speelt ook een belangrijke rol in het streven om mensen met een EPA (ernstige psychiatrische aandoening) zo zelfstandig mogelijk te laten leven. Buren zitten niet altijd te wachten op een buurman met schizofrenie. Een angst die overigens vaker is gebaseerd op vooroordelen dan de realiteit. Maar het toont wel aan dat, wil het streven van beleidsmakers naar verzelfstandiging werken, de samenleving bereid moet zijn om mensen die afwijken van de norm anders te bekijken: niet met angst, maar met een open, ruimdenkende blik.

Kortom: het streven naar verzelfstandiging is volgens mij zeker haalbaar, mits er bepaalde randvoorwaarden zijn. Als mensen met een psychische aandoening gewoon kunnen meedraaien in de maatschappij – of het nu gaat om wonen, werk of sociale contacten – dan zullen zij waarschijnlijk ook minder intensieve zorg nodig hebben. En dan zullen er ook minder ‘verwarde’ mensen zijn.

Het boek “Verwarde personen zijn het probleem niet” is te bestellen op www.uitgeverijpepijn.nl

Job Schellekens

Advies over de Wmo

 

Onlangs heeft de Adviescommissie voor Jeugd, Maatschappelijke opvang en Gehandicapten (JMG) een advies uitgebracht aan de gemeente Nijmegen over de Wmo. Hierin heeft zij aandacht gevraagd voor mensen met een psychische aandoening.

JMG

Allereerst pleit de JMG ervoor dat centrale, wijkoverstijgende dagbesteding mogelijk moet blijven voor mensen met een psychische aandoening. De gemeente wil de dagbesteding per wijk organiseren, maar er zijn ook cliënten die liever geen gebruik maken van dagbesteding in hun eigen wijk. Ze zijn bang om herkend te worden door buren en last te krijgen van vooroordelen.

Ten tweede wil de JMG dat er beschutte gedeelten komen in inloopvoorzieningen. Er zijn mensen die vanwege hun aandoening moeite hebben met prikkels en daarom liever in beschutte gedeeltes verblijven. Zo kunnen zij de drukte van een gemengde inloop vermijden.

Ook wil de JMG dat het keukentafelgesprek, waarmee de gemeente de zorgvraag van een cliënt in kaart wil brengen, zorgvuldig plaatsvindt. Zo is het belangrijk dat de cliënt het keukentafelgesprek niet alleen voert, maar bijstand krijgt van iemand die zijn situatie goed kent. Dit kan een familielid zijn, een vriend of een hulpverlener (bv. een spv-er). Daarnaast is het belangrijk dat er meerdere keukentafelgesprekken zijn. Sommige cliënten hebben ook goede periodes, en als het gesprek dan net in zo’n goede periode plaatsvindt, kan ten onrechte de indruk ontstaan dat de cliënt geen hulp nodig heeft.

Tot slot pleit de JMG voor de inzet van ervaringsdeskundigen. Zij kunnen prima functioneren in een sociaal wijkteam of een Stip (steun en informatiepunt). Het mooiste zou zijn als de ervaringsdeskundigen in betaalde dienst komen, zodat zij ook echt een volwaardig lid zijn van het team.

Het volledige advies is hier te vinden: http://www2.nijmegen.nl/mmbase/attachments/1595747/Wmo_en_Jeugd_Beleidskader_2015-2018_gevraagd_advies_JMG_september_2014.pdf