Reactie op Wetsvoorstel Verplichte GGZ

Op 20 januari vindt er een ronde tafelgesprek plaats in de Tweede Kamer over het wetsvoorstel verplichte GGZ, dat nieuwe regels bevat over dwangzorg voor mensen met een psychiatrische diagnose. Kentering-vrijwilliger Job Schellekens stuurde zijn reactie op het wetsvoorstel naar de Tweede Kamer:

Geachte leden van de Tweede Kamercommissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

Graag wil ik u in aanloop naar het ronde tafelgesprek op 20 januari inzake de verplichte GGZ  mijn standpunt geven over het wetsvoorstel verplichte GGZ.

Al negen jaar zet ik mij vrijwillig in voor De Kentering, een Nijmeegse belangenorganisatie voor (ex-)cliënten van de GGZ. Dit doe ik vanuit een sterke persoonlijke betrokkenheid, want ik ben zelf ook cliënt geweest van de GGZ.

Omdat ik uit eigen ervaring weet dat dwangzorg een zware wissel trekt op de persoonlijke levenssfeer, vind ik dat die alleen in uiterste noodgevallen mag worden toegepast, en dan het liefst zo licht mogelijk. Het wetsvoorstel verplichte GGZ is wat dat laatste betreft in mijn ogen een grote verbetering, omdat het ook voorziet in gedwongen ambulante behandeling – een veel minder ingrijpend middel dan een dwangopname. Een dwangopname betekent immers dat iemand zijn bewegingsvrijheid verliest en uit zijn vertrouwde thuisomgeving wordt weggehaald. De nieuwe mogelijkheid van gedwongen ambulante behandeling juich ik daarom erg toe.

 

Maar ik heb ook kritiek op het wetsvoorstel. Mijn grootste angst is dat het in zijn huidige vorm juist zal leiden tot datgene wat het wil voorkomen: een toename van dwangzorg. Ik zal hiervoor drie argumenten geven.

In art. 5:1 is bepaald dat “eenieder” een aanvraag kan indienen voor de voorbereiding van een zorgmachtiging. Deze bepaling staat in schril contrast met de limitatieve opsomming van personen die in de Wet Bopz dwangzorg kunnen aanvragen. Dit wekt bij mij de verwachting dat het aantal aanvragen voor dwangzorg in de toekomst sterk zal stijgen en dat het mogelijk misbruik in de hand werkt. Denk bijvoorbeeld aan een werkgever die via een zorgmachtiging van een lastige werknemer af wil komen, of een vriendengroep die bij wijze van grap een zorgmachtiging aanvraagt voor een kameraad. Dergelijke voorbeelden kunnen leiden tot een onnodige werklast voor de geneesheer-directeur, die de aanvraag moet beoordelen.

Ten tweede is in het wetsvoorstel het belangrijkste criterium voor dwangzorg veranderd van een gevaarcriterium naar een schadecriterium. Het schadecriterium is veel ruimer geformuleerd dan het gevaarcriterium. Zo kan iemand, die veel schulden maakt of koopziek is, ook dwangzorg krijgen als het wetsvoorstel in werking treedt. De vraag is of dit niet leidt tot een onnodige uitbreiding van de groep mensen waarvoor dwangzorg in feite bedoeld is.

Tel daar tot slot de grote toename van psychiatrische diagnoses en verlaging van diagnostische drempels in de DSM 5 bij op, en mijn vrees is dat dwangzorg in de toekomst voor veel meer mensen een stuk dichterbij zal komen. 

Al met al vraag ik mij dus af of het wetsvoorstel verplichte GGZ zal bereiken wat het wil bereiken. Daarom wil ik u graag verzoeken om bovengenoemde bezwaren bij de Kamerbehandeling van het wetsvoorstel de revue te laten passeren.

Met vriendelijke groet,

Job Schellekens 

Reageer op dit artikel

avatar
Scroll to Top