Column van Zadkia
Op een zonnige zomermiddag fietste ik naar kringloopcentrum Het Goed. Onderweg, aan de overkant van de Marialaan/Voorstadslaan-rotonde bevindt zich een man-in-scootmobiel. Hij lijkt niet echt vooruit te komen; doet pogingen om de overkant te bereiken, maar er is hier een wegopbreking. Verder besteed ik hieraan geen aandacht.
In de leuke genoemde recycling-shop is van alles te vinden. Ook nog even gesnuffeld bij de kledingafdeling. Hier vraagt een mij onbekende dame vanuit het pashokje op benauwde toon om assistentie. Het lukte haar niet om een nogal strak uitgevallen truitje uit te krijgen. Dat is snel verholpen en zij toont zich zeer blij. “Ik wist me geen raad,” verzuchtte ze. “Zo zou ik me ook gevoeld hebben hoor,” probeer ik haar verlegenheid te dimmen. Vervolgens nog 1/hoog rondgeneusd bij boeken en cd’s; plus een slobbertje aldaar genoten bij het selfservice-cafeetje. Prijzig is hier niets.
Ruim een half uur later passeer ik weer dat drukke verkeerspunt. Hé, de rolstoeler bevindt zich nog steeds op dezelfde plek. Vast niet de bedoeling. Nu ik van de andere kant dichterbij passeer besluit ik hem toch maar eens aan te spreken. “Kan ik iets voor u doen?” Hij lijkt van streek door meerdere factoren. “Er is hier zoveel veranderd. Ik durf amper over te steken,” doelend op de verkeerssituatie. “Tja, ik weet ook niet waarom. Heb er niets over gelezen.” Maar hij weet meer: “Een aantal bewoners in deze buurt heeft de gemeente benaderd; auto’s rijden hier zo hard.” (Herkenbare ergernis!) “Men gaat de weg versmallen en aanpassen voor wandelaars en fietsers.” Goed plan…
Hij vervolgt: “Ziet u, ik ben alleen. Na 55 jaar huwelijk is mijn vrouw helaas overleden. Ze was nogal kouwelijk en kroop ‘s nachts heerlijk tegen mij aan.” Dat zie ik wel voor me. “Overdag heb ik wat bezigheden, dan gaat het net. Maar ‘s nachts, dát is het ergste. Men zegt dat het over gaat, maar…”. “Nee, het gemis blijft,” is mijn troost-poging. In het brein komt boven dat gay dichter en priester Herman Verbeek – langer terug PPR-voorzitter – ooit schreef dat het solo-sluimeren in zijn eenpersoons huishouden hem het zwaarste viel.
Mijn praatmaat meldt nog meer pechpunten. Hij had een nieuwe relatie geprobeerd. “Maar mevrouw! Zeker 8 keer bleef het bij één afspraak. Ze zeiden allen: Eens, maar nooit meer”. Duidelijk slecht getroffen. Mijnerzijds invoelbaar na zekere ervaringen.
De weduwnaar vervolgt zijn opsomming. Deze ochtend overkwam hem ook al een aanrijding. Het voorwiel van zijn verplaatsingshulpstuk liep vast op een steen. Dat werd een autobotsing. “Is er hulp gekomen?” Ja, dat wel; geen gewonden! Maar het was fors schrikken. Zijn vehikel oogt nogal wankel. Hij verzekerde me er nu eerder naar te laten kijken.
Uit het gesprek van zeker 20 minuten bleek dat er weinig vrienden over waren. Ondertussen nam hij me steeds nauwlettender op. Dus verduidelijkte ik zo tactisch mogelijk prima voorzien te zijn van een fijne partner. “O, u bent getrouwd?” Teleurstelling op zijn gezicht. “Jazeker, voor de tweede keer! Maar ik begrijp de dames die geen herkansing meer aangaan heus wel.”
Een vorm van gezelligheidscontact bood ik maar niet aan, onder meer wegens goed gevuld bestaan. Eigenlijk was het tijd om af te ronden. De man snakte naar betrouwbare maatjes. “Ze zijn er zo weinig.” Om zijn isolement hopelijk te verminderen loosde ik wat tips. “Een ouderenbond inschakelen; of uw huisarts? Wellicht een wijkcentrum of kerk?” Hier had hij niet aan gedacht en bedankte mij uitgebreid. Digitale mogelijkheden leken minder geschikt voor de zeker 80-plusser. Hem heel veel succes wensend nam ik afscheid.
Zo proberen we soms wat steun te verspreiden aan ons pad kruisende medemensen. Met – al dan niet indachtig – deze tekst van Herman van Veen: Anne, de wereld is niet mooi, maar jij kunt haar misschien wat mooier kleuren.